ONZE GEGEVENS
OPENINGSTIJDEN
ONZE VOORWAARDEN

T: +31 (0)73-72 00 666

E: info@klaverklinieken.nl

 

Klaver Klinieken

Steeg 6

5482 WN Schijndel

KvK: 74493450

AGB-code: 22227609

Maandag t/m vrijdag: 09.00 - 17.00

Zaterdag en zondag: gesloten

Maandag t/m vrijdag: 09.00 - 17.00

Zaterdag: gesloten

Zondag: gesloten

Spoedgevallen: 24/7 bereikbaar

BIG-REGISTER
TELEFONISCH BEREIKBAAR:
  • Facebook
  • Instagram
  • YouTube - grijze cirkel

59053722801 (Dr. E. Bodde)

19044623301 (Drs. R. Fresow)

© 2019 by Klaver Klinieken. All rights reserved.

Klaver Klinieken en haar logo zijn een geregistreerd merk.

Het gebruik van deze merken is niet toegestaan zonder schriftelijke toestemming van Klaver Klinieken.

Borstvorming bij mannen

Bij de geboorte hebben zowel meisjes als jongens een kleine klierschijf achter de tepel. Normaal gesproken verdwijnen deze klierschijfjes bij jongens gedurende de kindertijd. Bij meisjes ontstaat in de puberteit borstvorming onder invloed van hormonen. Ook bij ongeveer 75% van de jongens zwellen de borstklieren in de puberteit op. Meestal is dat aan beide zijden, maar het kan ook aan één zijde gebeuren. Dit is vrijwel altijd onschuldig en meestal van korte duur. Het kan echter ook een paar jaar langer blijven bestaan. Bij baby’s en in de puberteit kan deze borstvorming bij de man ‘normaal’ (fysiologisch) voorkomen. Dit wil zeggen dat het niet abnormaal is, maar een normale reactie van de borstklier op hormonen. Vanaf middelbare leeftijd kan de borstklier bij de man weer gaan opzwellen. Ook dit kan als ‘normaal’ worden beschouwd. Maar op oudere leeftijd kunnen ook andere factoren een rol spelen bij het ontstaan van de gynaecomastie. Deze factoren kunnen zijn:

• Een bijwerking van bepaalde medicijnen;
• Een reactie op stofwisselingsveranderingen bij een lever- of nierziekte;
• Een verandering in de productie van hormonen (te weinig productie door de zaadbal of bij stress);
• Het slikken van hormonen;
• Hormoonproducerende gezwellen aan de zaadballen of de luchtwegen;
• Borstkanker;
• Cannabisgebruik.

Meestal wordt voor gynaecomastie echter geen oorzaak gevonden.

Borstvorming bij de man kan zich op meerdere manieren uiten. Dit kan verschillen van een vergrote, uitpuilende tepel tot een ‘vrouwelijke’ borst. Er kan ook sprake zijn van pseudo-gynaecomastie. Dit houdt in dat de borstklier zelf niet afwijkend is, maar dat er ‘borsten’ zijn ontstaan door vetophopìng. Gynaecomastie kan uiterlijke klachten geven, waardoor patiënten zich minder op hun gemak voelen bij sporten en zwemmen. Het kan ook hinderlijk zijn bij bijvoorbeeld het dragen van een rugzak of strakke kleding. Daarnaast veroorzaakt gynaecomastie soms ook pijnklachten.

Omdat gynaecomastie vaak vanzelf weer verdwijnt, wordt er een aantal maanden gewacht voordat u behandeld wordt. Als de gynaecomastie het gevolg is van medicijngebruik, wordt er bekeken of u kunt stoppen met het medicijn of een ander medicijn kunt gebruiken. Wanneer de oorzaak niet duidelijk is, kan afhankelijk van de omstandigheden en de klachten worden besloten tot een operatie. In de meeste gevallen bestaat er geen medische reden om gynaecomastie operatief te verhelpen, maar is het puur een uiterlijke verbetering. Als er geen medische redenen bestaan voor deze ingreep en het dus een cosmetische ingreep betreft, zijn de kosten vaak voor uw eigen rekening.

De operatie voor een gynaecomastie vindt meestal plaats in dagbehandeling onder algehele anesthesie (narcose). Dit betekent dat u ‘s ochtends naar de kliniek gaat, geopereerd wordt en dezelfde dag naar huis kunt. Afhankelijk van de ernst van de gynaecomastie zijn er meerdere operaties mogelijk. Allereerst kan het klierweefsel worden verwijderd door een snee in de onderrand van de tepelhof. Wanneer er een huidoverschot is, kan dit eveneens verwijderd worden door een snede rondom de tepelhof. Als er een meer uitgebreide verwijdering van huid noodzakelijk is, kunnen er ook dwarse sneden nodig zijn in de borstplooi of vanaf de tepelhof naar beneden richting de borstplooi. Als er naast klierweefsel ook veel vet aanwezig is, kan dit gecombineerd worden met liposuctie, waarbij het vet wordt weggezogen. Klierweefsel kan niet weggezogen worden. Mocht er geen klierweefsel aanwezig zijn, dan is liposuctie voldoende. Er kan in uitzonderlijke situaties een drain (slangetje) worden geplaatst om overtollig bloed en wondvocht af te voeren. Er worden hechtpleisters op de littekens geplakt. Doorgaans wordt het klierweefsel onderzocht door de patholoog-anatoom. De operatie duurt drie kwartier tot een uur per borst.

Bij iedere ingreep kunnen complicaties voorkomen. Het is belangrijk dat u daarvan op de hoogte bent zodat u op tijd contact kunt opnemen met uw arts. Soms is het nodig dat u opnieuw moet worden geopereerd.
Een paar uur na de operatie kan een nabloeding ontstaan. Dit zorgt meestal voor zwelling en doet pijn. De verpleegkundige zal uw behandelend arts waarschuwen als dat nodig is.
Een vertraagde wondgenezing is merkbaar aan een korstje op de wond of aan het doorlekken van wondvocht. Soms gaat de wond een beetje open of sterft er wat weefsel af. Door de wond goed schoon te houden en uit te spoelen onder de douche geneest dit vaak vanzelf.
Bij een ontsteking van de wond wordt de huid rondom de wond rood en pijnlijk en kan er pus uit de wond komen. Ook kunt u koorts krijgen. Neemt u in dit geval contact op met het ziekenhuis. • Littekens worden meestal gepland op de overgang van de tepelhof naar de huid. Hoewel de littekens doorgaans mooi genezen, kan het litteken bij sommige patiënten dikker en breder worden dan bij anderen. Van tevoren is niet te zeggen of dit ook bij u het geval zal zijn. Het is onder andere afhankelijk van leeftijd, huidskleur en persoonlijke aanleg.
Omdat er klierweefsel onder de tepel vandaan wordt gehaald, kan de tepel na de operatie intrekken. Ook het gevoel in de tepels kan door de operatie minder worden. Soms wordt dit in de loop van maanden weer beter. Een enkele keer worden de tepels juist gevoeliger. Als de tepel verplaatst moet worden of als er (veel) huid verwijderd moet worden, kan in uitzonderlijke gevallen de doorbloeding van de tepel verminderen.
Na de operatie kan sprake zijn van enige asymmetrie (ongelijkheid) tussen beide borsten. Er wordt vanzelfsprekend naar gestreefd om de borsten zo gelijk mogelijk te maken, maar dit kan niet worden gegarandeerd. Een enkele keer moet er nog een correctie uitgevoerd worden.